-
Afkeer voor convergentie zit reeds in hoofden van studenten
6.4.2011 - Een van de buzzwords van de afgelopen 15 jaar is convergentie. Het lijkt wel alsof alles convergeert en iedereen mee moet convergeren. Door de digitalisering is het inderdaad mogelijk om de tot voor kort afgescheiden media als TV, radio en print samen te voegen. Dit biedt grote mogelijkheden, niet alleen voor nieuwsconsumenten, maar ook voor nieuwsmedia en -makers. Nieuwsconsumenten hebben toegang tot multimediale berichtgeving en kunnen kiezen in welke vorm ze het nieuws lezen, bekijken of beluisteren. Voor nieuwsmakers biedt convergentie de mogelijkheid om door het juist inzetten van middelen beter nieuws te maken. Bovendien kunnen nieuwsmedia door het samenvoegen van de print-, radio- en/of TV-redacties heel wat personeelskosten besparen. En door het inzetten van het web als publicatieplatform vallen er multibovendien extra reclame-inkomsten te rapen.
Obstakels voor convergentie
Maar wie enkel de interessante mogelijkheden ziet, negeert mogelijke obstakels. Nieuwsorganisaties die in het licht van de convergentietrend hun verschillende redacties willen samenvoegen, krijgen met heel wat moeilijkheden af te rekenen. Enkele nieuwsmedia hebben in de loop der jaren hun samengevoegde redacties opnieuw uit elkaar gehaald of hebben crossmediale afspraken met andere media stopgezet.Praktische obstakel
In de eerste plaats is er de tegenkanting van de journalisten die in hun ogen plots nieuwe, crossmediale vaardigheden moeten aanleren. Het idee van crossmediale redacties is dat journalisten niet langer in aparte deelredacties functioneren, maar wel in teams samenwerken waarin ze samen aan de inhoud sleutelen die daarna op de verschillende platformen wordt gepresenteerd. Op deze manier ziet men redacties ontstaan waarin TV-, radio- en online journalisten samen aan een item werken. Dit zou leiden tot een vertechnisering van het beroep en tot meer onregelmatige werkuren. Wanneer er door het samengaan van verschillende deelredacties ook nog eens ontslagen vallen, zien de meeste journalisten en vakbonden de convergentie al helemaal niet meer zitten. Deze obstakels kunnen we met wat goede wil praktisch van aard noemen.Culturele obstakels
Naast deze praktische obstakels, blijken er ook culturele belemmeringen ten aanzien van convergentie te bestaan. Uit onderzoek leren we dat er conflicten optreden wanneer journalisten van verschillende media en achtergronden verplicht worden om samen te werken. De zogenaamde intergroup-bias zorgt er immers voor dat journalisten hun eigen platform en carrièremogelijkheden hoger inschatten dan die van journalisten die voor een ander platform werken. Minstens even opmerkelijk is dat journalisten een beleidsplan inzake convergentie positiever inschatten naarmate er leden van de ingroup (lees: het eigen platform) aan hebben meegewerkt. Het blijkt dus dat het platform waarvoor iemand gewerkt heeft een dermate belangrijke invloed heeft op het beeld van zowel het eigen als het alternatieve platform. Journalisten zijn dus niet alleen met hun handen tegen een vertechniserende convergentie gekant, ook in het hoofd lijkt het niet zo makkelijk om met journalisten van een ander platform samen te werken.Onderzoek onder studenten
Een recent onderzoek uitgevoerd door drie Amerikaanse onderzoekers draagt bij tot een beter begrip van de mogelijke cultuurverschillen tussen de verschillende media en de manier waarop het een belemmering kan zijn voor convergentie. Het interessante aan dit onderzoek is dat het de intergroup-bias niet bij journalisten onderzocht heeft, maar wel bij studenten.De auteurs geven eigenlijk geen argument waarom het zo belangrijk is om de attitude ten aanzien van convergentie precies bij studenten te onderzoeken. Nochtans is het niet zo moeilijk om een belangrijke reden te vinden. Volgens mij is het van belang om ook studenten te onderzoeken omdat zij de toekomstige journalisten worden. En wil men inschatten of en hoe de cultuurverschillen over pakweg vijf of tien jaar nog steeds de convergentie blokkeren, dan moet men zich niet alleen richten op journalisten maar ook op studenten. We zouden immers kunnen verwachten dat naarmate er meer media en platformen convergeren en meer (beginnende) journalisten op verschillende platformen ingezet worden, het wantrouwen en de cultuurverschillen tussen de verschillende platformen vanzelf zullen verdwijnen. Precies door te onderzoeken of de vooroordelen ook al leven in de hoofden van studenten die nog geen dag als journalist gewerkt hebben, kunnen we inschatten waar en wanneer de cultuurverschillen ontstaan en of een steeds sterker convergerende praktijk de cultuurverschillen op korte termijn kan doen verkleinen.
Studenten omroep meest negatief
Het onderzoek bevroeg 249 Amerikaanse studenten via een online vragenlijst. Ze moesten in de eerste plaats hun studiedomein omschrijven als print, omroep, reclame of PR. Vervolgens werd hen gevraagd om het belang van een aantal print- omroep- en internetgerelateerde vaardigheden in hun opleiding aan te duiden, dit om te analyseren hoe de studenten tegenover de andere platformen stonden. Als laatste moesten ze een aantal vragen beantwoorden om de onderzoekers in staat te stellen de sociale identiteit (ingroup versus outgroup) van de respondenten te definiëren.Als belangrijkste resultaat zien we dat studenten uit het print-domein printgerelateerde vaardigheden verkozen en dat studenten uit het omroep-domein op hun beurt omroep-gerelateerde vaardigheden in hun opleiding prefereerden. Dat is op zich niet erg verrassend. Wel belangrijk is dat er een verschil werd gevonden tussen studenten gedrukte media enerzijds en studenten TV/radio anderzijds. Studenten TV/radio vertoonden meer dan de anderen een grote intergroup-bias en schatten het belang van de andere vaardigheden als lager in. In het algemeen staan deze studenten het meest negatief ten aanzien van niet-traditionele/crossmediale vaardigheden.
Crisis als verklaring
Op basis van deze bevindingen komen de auteurs tot het besluit dat studenten die zich vooral focussen op geschreven journalistiek een minder grote afkeer hebben van convergentie dan studenten die een opleiding TV en radio volgen. Dit zou, opnieuw volgens de auteurs, te maken kunnen hebben met de economische crisis die vooral bij de printjournalisten zou spelen. Studenten uit opleidingen die zich focussen op gedrukte media zouden met de kranten- en magazinecrisis in het achterhoofd positiever staan ten opzichte van nieuwe, digitale platformen om op die manier alternatieve publicatieplatformen achter de hand te hebben.Televisie- en radiojournalisten zouden minder last hebben van de crisis en daarom ook minder moeten uitkijken naar andere publicatieplatformen. Hierdoor identificeren ze zich sterker met hun eigen platform en zijn ze minder geneigd om tijdens hun opleiding nieuwe vaardigheden aan te leren. Volgens de auteurs moeten opleidingen in hun curriculum aandacht hebben voor convergentie en crossmediale vaardigheden om op die manier studenten reeds tijdens hun opleiding positiever te maken ten opzichte van de andere platformen.
Hoewel dit onderzoek enkele belangrijke inzichten oplevert, zijn er toch een aantal zaken in het onderzoek die in vraag gesteld kunnen worden.
Gemiste kans
Ten eerste is het onduidelijk waarom de onderzoekers studenten communicatiewetenschap bevraagd hebben, en niet studenten journalistiek. De auteurs vermelden dat opleidingen communicatiewetenschap zich vooral op één domein focussen en dat het daarom interessant is om te zien hoe zij tegenover de andere domeinen staan. Maar ook curricula van opleidingen journalistiek richten zich heel vaak op een bepaald platform, dus hetzij print, televisie, radio of online. En aangezien we toch mogen verwachten dat er meer studenten journalistiek in het journalistieke werkveld komen dan studenten communicatiewetenschap, leek mij een onderzoek bij de eerstgenoemde groep relevanter.Hierbij aansluitend vind ik het op z’n minst verrassend dat de onderzoekers aan de studenten vragen om hun studiedomein te definiëren en hierbij de keuze geven tussen print, omroep, reclame of PR. Zeker in het licht van de onderzoeksvraag, namelijk hoe studenten aankijken tegen convergentie en nieuwe vaardigheden, lijkt het me vreemd dat de studenten niet konden kiezen voor het studiedomein online of nieuwe media. Ofwel betekent dit dat er geen opleidingen communicatiewetenschappen zijn die zich vooral richten op nieuwe media (wat ik durf te betwijfelen), ofwel hebben de auteurs alleen bepaalde opleidingen aangeschreven waarvan ze zeker waren dat die zich focussen op een van de vier bovenvermelde studiedomeinen. Maar dat is niet duidelijk na het lezen van het artikel en bovendien zie ik dit vooral als een gemiste kans. Het zou ons in staat stellen om te analyseren of studenten die nu al tijdens hun opleiding nieuwe media en crossmediale technieken aangeleerd krijgen al dan niet positiever tegenover convergentie staan.
Eierlegende Wollmilchsau
Ten tweede kunnen we ons de vraag stellen of de afhankelijke variabele die in dit onderzoek gebruikt werd de juiste is om inzicht te verschaffen in mate waarin studenten positief of negatief ten opzichte van convergentie staan. Onder het label ‘skill preference’ vroegen de onderzoekers aan de respondenten om het belang van verschillende vaardigheden aan te duiden, zoals ‘broadcast reporting’, ‘videojournalism’, ‘press release writing’, ‘magazine production’, ‘studio TV production’, ‘Flash’, enz. Het valt meteen op dat het hier bijna uitsluitend over productievaardigheden gaat.Om op basis hiervan te concluderen dat de studenten geen bereidheid tonen om met studenten van andere platformen samen te werken, vind ik iets te sterk geformuleerd. Het is in convergente nieuwsredacties immers niet altijd de bedoeling om de productietechnieken van alle platformen aan te leren. Het gaat hem heel vaak over het gezamenlijk uitdenken van een nieuwswaardig verhaal met een interessante invalshoek, over het researchen en het conceptionele storyboarden. Met andere woorden: in een team de inhoudelijke invulling geven aan een nieuwsitem. Maar op het moment dat het stuk gemaakt moet worden, doet men zelfs in de meest crossmediale nieuwsredacties nog altijd beroep op technisch onderlegde specialisten zoals cameramensen, geluidstechnici en webmasters.
Dat de studenten niet echt staan te springen om een ‘Eierlegende Wollmilchsau‘ te worden die zowel moeten kunnen schrijven, filmen, als online publiceren, is begrijpelijk, en hoeft geen probleem te zijn voor convergentie. Waar het volgens mij om draait is dat studenten crossmediale inzichten zouden moeten aanleren die later van pas kunnen komen bij het uitdenken en uitwerken van een nieuwsitem. Het op zijn minst begrijpen van de medialogica van de verschillende platformen bijvoorbeeld. Op die manier zijn ze beter in staat om in te schatten of een bepaald verhaal er baat bij heeft om in een crossmediale redactie uitgewerkt te worden en of het genoeg te bieden heeft om op de verschillende platformen gepresenteerd te worden. Convergentie op het niveau van het conceptuele denken dus, en niet zozeer op het niveau van de technische productie. En volgens mij is dat waar opleidingen journalistiek en communicatie zich op zouden moeten richten als ze de kaart van de convergentie willen trekken.
Het onderzoek onder studenten is onlangs gepubliceerd onder de titel ‘Social Identity and Convergence: News Faculty and Student Perspectives on Web, Print, and Broadcast Skills‘ in het wetenschappelijke tijdschrift Electronic News.
Posted on April 7, 2011 with 1 note
Source: denieuwereporter.nl